80% van Zuid-Hollandse maaltijden van lokale bodem – kan dat?

Deze blogtekst is met toestemming overgenomen van Verse stad

80 procent

Dat was de centrale vraag bij onze laatste Zuid-Hollandse Voedselfamilie bijeenkomst. Met een bevolking van 3,6 miljoen bestaat er in theorie een interne miljardenmarkt in Zuid-Holland, waar de agrofood sector beter op in zou kunnen spelen, met minder voedselkilometers als bijvangst.

Maar produceren we hier wel de juiste ingrediënten voor een afwisselend en gezond dieet? En is er wel genoeg ruimte in de toekomst voor de land- en tuinbouw? Een klein team van number-crunchers – Pepik Henneman (Meneer de Leeuw), PJ Beers (DRIFT) en mijzelf – maakte een snelle rekensom.

Op 25 januari kwamen we bijeen met zo’n 30 leden van de ‘Zuid-Hollandse Voedselfamilie’, bestaande uit producenten, food ondernemers, beleidsmakers en onderzoekers om het hierover te hebben. We waren te gast bij Willem & Drees, distributiepioniers in Cothen, centraal gelegen onder de rook van Utrecht. ‘We wilden het systeem veranderen van binnenuit’, vertelt Drees in zijn houtcel – een loods vol pallets, kistjes en kratjes, tijdelijk behaaglijk gemaakt met enkele terrasverwarmers. Door samen te werken met supermarktketens en retailers brengt het tweetal Willem & Drees vanaf 2008 streekproducten aan de man, ook bij mij om de hoek in Rotterdam. Ook ontwikkelden ze een online bestelsysteem en een fascinerende productielijn voor versgevulde voedselpakketten.

Drees: ‘Het middensegment valt weg, de groei zit alleen nog in de twee uitersten: goedkoop – de race naar beneden, én kwaliteit – de race omhoog. Dat laatste is onze markt.’

Toch valt het nog niet mee om genoeg klanten te bereiken. De supermarkten besteden graag het biologische groentenrek uit aan een specialistisch bedrijf, maar houden de grote stromen jonagolds en boerenkool liever zelf in de hand. Recent is het bedrijf daarom gefuseerd met Bee-Box, en leveren ze het liefst direct aan de klant en cateringbedrijven. Met andere woorden, zelfs al kunnen we 80% lokaal produceren, dan moeten we onze voedseldistributie en -verkoop anders organiseren.


Maar nu eerst de rekensom

Het Centraal Bureau voor de Statistiek en PDOK stellen elk jaar gedetailleerde gegevens beschikbaar over wat er van het land en uit de stal komt in Zuid-Holland. Om het simpel te houden nemen we Pepik als maatstaf, naar eigen zeggen een 46-jarige niet-zwangere man met een oer-Hollands gezond dieet, volgens de schijf van vijf van het Voedingscentrum.nl. Bekijk onderstaande video voor een impressie van de hele rekensom – wie rekent het na?

We blijken ca. 40% zelfvoorzienend te kunnen zijn met de huidige productie, lang niet slecht (groenten hebben we zelfs teveel) maar ver onder de gehoopte 80%. Het probleem zit vooral in de eiwitten en vetten. Het ruimtebeslag wat daarvoor nodig is buiten de provinciegrenzen is ongeveer net zo groot als het hele landbouwareaal van Zuid-Holland. En dan gaan we nog uit van een vegetarisch dieet met peulvruchten, voor een vleesdieet zou er nog veel meer ruimte nodig zijn. (Een groot deel van de veestapel is afhankelijk van geïmporteerd veevoer en kan niet leven van eigen bodem. In onze oefening nemen we deze ‘toeristen’ dus niet mee. Alle varkens en een deel van de koeien in Zuid-Holland zijn toerist.) Het valt op dat sommige gewassen schaars zijn in Zuid-Holland, zoals asperges die alleen op zand geteeld worden. Verder is de mix van zuivel, groenten, fruit, aardappelen en granen bijzonder compleet. Sommige gewassen komen we nooit tegen in de winkel, zoals bladrammenas en cichorei. Dit zijn dan vaak groenbemesters, grondstoffen voor de industrie of diervoeder.




Utopisch of draconisch?

We geven ons niet snel gewonnen en met een serie draconische maatregelen komt onze spreadsheet wel degelijk in de buurt van de 80%. We moeten ons dan wel een heel ander landschap voorstellen, waarin de landbouw intensiever functioneert, natuurgebieden dienen als voedselbos, en er een extra Maasvlakte is aangelegd met hightech installaties voor zeewier- en visteelt. Wat mij vooral bijblijft van de rekensom is de noodzaak om de vraag helderder te stellen. Niet het halen van een bepaald percentage zou leidend moeten zijn, maar vooral de vraag wat nu écht van dichtbij, en wat eventueel ook van ver mag komen. En waarom? Is de eerste prioriteit de CO2-voetafdruk, biodiversiteit, of kwaliteit van product en landschap? Met andere woorden, we moeten op zoek naar een beargumenteerde import-exportmatrix. En daarin is fruit uit Zeeland mogelijk dichtbij genoeg, net als aardappelen uit Groningen, en moeten we ons er wellicht bij neerleggen dat we voor graan deels afhankelijk blijven van anderen. Dat was in de Gouden Eeuw ook al zo, en die haven hebben we ook niet voor niets.


Met opgestroopte mouwen

De gedachtenoefening van 80% lokaal zet in ieder geval aan tot anders denken. In 5 groepen zijn we tot een reeks doe-plannen en fluisterplannen gekomen voor duurzame landbouw, op het gebied van Regelgeving, Ruimtegebruik, een tafel voor Geheime Afspraken, Groente-Dieet en het benutten van Netwerkkracht. Plannen waar we de komende tijd ook buiten sessies om aan werken en waar we agendaruimte voor maken. Deze werden informeel vanaf een fruitkistje gepresenteerd. Binnenkort worden de ideeën verder uitgewerkt en besproken.


REGELGEVING

Trekker: PJ Beers

‘Pioniers hebben allang bewezen dat duurzaam voedsel makkelijk kàn. Maar de overheid bepaalt mede de prijs, en de consument stemt met de beurs. Welke maatregelen kunnen ons in de kaart spelen?’

PJ Beers maakt samen met anderen een fluisterplan voor radicale keuzes en wetsvoorstellen. Een paar eerste mogelijkheden:
  • Omgekeerde bewijslast is de dood in de pot van de eigen verantwoording. We moeten juist toe naar ‘aansprakelijkheidsvoedsel’ en ‘gezond verstand voedsel’;
  • Kleinschalig voedsel is niet meer HCCP plichtig. De THT (tenminste houdbaar tot) datum kan er af;
  • Daar hoort bij: voedingsonderwijs onderdeel van het lesprogramma maken, zodat we weer wéten wanneer iets niet meer goed is. Dat kan je namelijk prima zien en ruiken;
  • Letterlijk zones maken: ‘voorbij dit bordje gezond verstand voedsel’.


RUIMTEGEBRUIK

Trekkers: Merten Nefs, Jan-Willem van der Schans

‘De ruimtelijke ordening is een subtiel, langzaam, maar ook zeer effectief middel om de voedselvoorziening van Zuid-Holland te beïnvloeden.’

Jan Willem en ik maakten met anderen een eerste aanzet voor de Omgevingsvisie van de Toekomst:
  • Houd een ijzeren voorraad van landbouwgebieden aan. Dit is in China en Zwitserland heel normaal. Wij zijn als dichtbevolkt en zeevaardig landje afhankelijk van het buitenland en van transport. Met het uitfaseren van fossiele brandstoffen en de woelige geopolitiek in het achterhoofd is een gegarandeerde eigen landbouwproductie geen slecht idee. Het Landbouw Economisch Instituut schreef daar tijdens de Koude Oorlog al eens een rapport over, in opdracht van de NAVO.
  • Compenseer verloren landbouwgebieden. Als we de Maasvlakte uitbreiden of een snelweg aanleggen, wordt de natuur gecompenseerd door aanleg van een nieuw bos of moeras. Als we ons landbouwareaal zo hard nodig gaan hebben, waarom creëren we dan niet eenzelfde compensatiesysteem voor verloren landbouwgebieden, bijvoorbeeld als er een nieuwbouwwijk wordt aangelegd? De meeste natuurcompensatie wordt nu meestal aangelegd ten koste van landbouwgebied.
  • Stapel functies. Door juist meer ruimte te reserveren dan alleen de ijzeren voorraad, is het mogelijk om verschillende groene diensten te stapelen in hetzelfde gebied. Naast de voedselvoorziening is er o.a. ook behoefte aan schoon water, duurzame energie, biodiversiteit en recreatie. Geen monocultuur, maar diversiteit en afwisseling.


GEHEIME AFSPRAKEN

Trekkers: Patrick Kaashoek en Christine van der Vorm

Christine vertelde ons over ‘Commissie Stiekem’ in Groningen. Geheime tafels om onder de radar de mogelijkheden te verkennen samen met anderen.

‘Regels en protocollen maken het soms onbedoeld lastig om duurzaam voedsel op het bord te krijgen, thuis en vooral ook bij overheden en instellingen. Waarom niet eerst onderhands afspraken maken en dan zien wat er kan?’

Succesfactoren in Groningen waren: handelen op persoonlijke titel, diversiteit, onder de radar, samen kunnen doen wat formeel nog niet mag, en vertrouwen. ‘Wij gaan een geheime tafel modereren. Waar wil je dat jouw geheime tafel over gaat?’


GROENTE-DIEET

Trekkers: Monique de Knegt, Herman Poos

Duidelijk is: een duurzame voedselvoorziening vereist een grondige reductie in de consumptie van vlees, en een groter aandeel van groenten in ons dieet. Wij ontwikkelen de komende tijd drie cases voor het promoten van méér, en meer soorten groente op basis van dialoog, ervaring/kennis, en vertrouwen.

‘Welke cijferexercities kunnen ons helpen? Het Westland kan Rotterdam voeden weten we, maar we hebben bewijs nodig. Onze studenten zijn straks de producenten. Hoe kunnen we hen helpen het op de goede manier te doen?’


NETWERKKRACHT

Trekker: Alex Ouwehand

‘We hebben onze idealen op het gebied van duurzame voedselvoorziening en willen aan knoppen draaien. Het middel is: de vraag. Hoe groter de vraag, hoe groter de druk. Door bestaande groene organisaties en netwerken te verbinden kan een breder draagvlak met meer afnemers worden gegenereerd voor duurzame voedselinitiatieven. Zoals de initiatieven van Drees Peter en Rachelle. In februari houden we een eerste werkoverleg om dit uit te diepen met natuur-en landschapsorganisaties; We werken aan een cross-over pilot: ‘netwerkkracht voor matchmaking’.

Bron: Verse stad

back to top